Travel Blog

Jan 09

Is Leipzig het nieuwe Berlijn?

Gepost in Reportages | geplaatst door Jurriaan Teulings

Leipzig is creatief, jong, en in de lift. De vergelijking met Berlijn wordt daarom vaak gemaakt. Terecht? Ja en nee. Op het eerste gezicht is Leipzig een kleinschalig Berlijn, maar kijk beter en je ziet lokale gebruiken en gebakjes, oostblokdesignmeubelen, sfeervolle restaurants en zelfs een moderne kunststroming die Leipzig allemaal een geheel eigen karakter geven.

Hoog en breed tegen de gevel van de voormalige Feinkost-fabriek zit een gretige oostblokfamilie met lepels in de aanslag rondom een tafel vol delicatessen. In flikkerend neon, welteverstaan. Dit is het bekendste gezin van Leipzig: de Löffelfamilie. Gebouw en reclame (uit 1973) bevinden zich in Südvorstadt, een gewild stadsdeel vol art deco architectuur dat sinds de val van de Berlijnse Muur nieuw leven is ingeblazen. Het stikt er van de gezellige cafés, eettentjes en hippe boetiekjes. De fabriek zélf is niet meer, maar de ‘lepelfamilie’ is zo geliefd dat deze sinds 1993 officieel tot het cultureel erfgoed van de stad wordt gerekend. Voorbijgangers kunnen met een simpel belletje naar de 0900-LOEFFEL hotline een klein bedrag doneren, waarna de familie in zijn bonte neonglorie aanfloept.

leipzig-loeffelfamilie
Foto: Flickr.com / Deux Expats

 
‘Der Feinkost’ is een gepaste stop op het ‘Eat The World’-traject van Franziska Mauersberger, die ons vandaag een privé-rondleiding geeft door de zuidelijke buurten van haar stad. De route begont bij Simsonplatz. Daar bezochten we het Bundesverwaltungsgericht, een bombastisch bakbeest van een gerechtsgebouw waar de Duits-keizerlijke glorie nog vanaf spat. De weg vervolgde door het statige muziekdistrict, langs de faculteitsgebouwen van de universiteit die verantwoordelijk is voor zowel het intellectuele, als het jonge gezicht van Leipzig. Het leitmotiv van de tour is cultureel-culinair, wat in praktijk neerkomt op een parcours van hapjes. Op een zestal haltes langs de route staan lokale delicatessen voor ons klaar. Die zijn zorgvuldig geselecteerd: het eten moeten met liefde zijn bereid, door kleine ondernemers die een steuntje in de rug verdienen.

Zo kregen we onderweg naar de Südvorstadt al een bordje vleeswaren en worst bij Fleischerei Scheinpflug, die zich volgens Mauersberger al in DDR-tijden van de rest wist te onderscheiden; een bakje gnocchi bij een trotse Italiaan Mio, en een straffe espresso bij branderij Röskant. Eenmaal bij het terrein van de Feinkostfabriek zijn we aangekomen in de Karl-Liebknecht-Straße. Die is zo gezellig dat deze in de volksmond inmiddels liefkozend ’Karli’ wordt genoemd. Alsof het om een royale vriend gaat die altijd klaarstaat met een verrassing. Voor ons wacht die verrassing bij banketbakker Mein Liebes Frollein, in de vorm van een ‘Leipziger Lerche’. De naam van dit gebakje verwijst naar het gevogelte dat ooit het hoofdingrediënt was: een leeuwerik. Het verhaal gaat dat toen de Saksische zangvogelpopulatie ten onder dreigde te gaan aan het succes, het beestje rap vervangen werd door noten en aardbeienjam. De naam bleef – de populariteit ook.

Even verderop lopen we langs Kollektiv, een barretje vol oostblokmeubeltjes en -snuisterijen uit de jaren ’70 en ’80. Hier bekent Mauersberger dat ze soms terugverlangt naar de eenvoud en gemeenschapszin uit haar jeugd. Ze is daar niet alleen in: de zogenaamde ’ostalgie’ – het met weemoed terugdenken aan DDR-tijden – zit er diep in. Met een dikke roze bril die de Stasi-terreur en de verstikking van het ijzeren gordijn voor het gemak even wegfiltert. De nostalgische frisdrank, Lenin-straatnaambordjes en beige interieur maken Kollektiv vooral knus, en stiekem ook een beetje hip. Een lokale voorliefde voor retro-chic meubilair verleent ook bestaansrecht aan Goldstein & Co, het bedrijfje op het Feinkostterrein dat grote industriële lampen met een nieuwe bedrading klaarmaakt voor een nieuw bestaan als eye-catchers in hippe lofts. Ook uit DDR-gymnastiekzalen geoogste lederen matten gaan hier nieuwe levens tegemoet als de zittingen van smaakvolle designbankjes.

leipzig-kunst
Foto: Flickr.com / Jörg Schubert

 
Eén aspect waar niemand naar terugverlangt is de klantenservice van de DDR. Toch is er nog steeds regelmatig sprake van een onverschillige traagheid onder het lokale winkel- en horecapersoneel. Dat er wél veel behoefte aan vriendelijke bediening bestaat, bewijst het succes van B10, het restaurant waar we dezelfde avond aanschuiven. Het zit er elke avond bomvol. De modern ingerichte ruimte in het muziekkwartier, met grote foto’s van Coco Chanel’s appartement aan de wanden, is het geesteskind van de Australische chef Paul Berry, die zich in Leipzig vestigde nadat hij met een lokale dame was getrouwd. Met zijn eigen restaurant wou hij Leipzig eens laten zien wat goede service was. “Het was nog best een uitdaging om goed personeel te vinden, maar ik wou de stad echt wat anders bieden,” vertelt de chef. “Niet alleen qua service, maar ook qua eten, interieur en sfeer.”

Berry’s outsider-visie bleek een schot in de roos. “Kijk om je heen, het is hier rumoeriger, en meer casual dan in andere restaurants in de stad, en blijkbaar kan dat prima. Maar valt je niet ook wat anders op? Er zitten hier veel vrouwen. Als je zoals ik 16 jaar lang privéchef bent geweest, dan leer je dat je je baas niet dik moet maken, anders ben je snel je baan kwijt. Dus mijn gerechten, die vooral op Mediterraans-Aziatische leest zijn geschoeid, worden met lichte ingrediënten en weinig koolhydraten bereid. De dames hier weten dat te waarderen; en dan komen de heren vanzelf ook wel over de brug.” Zijn kabeljauw-ceviche en gegrilde lamsbout met couscous-salade mogen er zeker zijn. Inmiddels is Berry’s restaurant echter niet eens meer de de enigen met sterke focus op presentatie. Zijn eigen aanbeveling voor de volgende dag is restaurant Planerts. Hier worden arrangementen van paprika-lassi met garnalen, en kabeljauw met gerst en edamamebonen, dusdanig kunstig gepresenteerd dat het gevaar bestaat dat de gasten zich verliezen in eindeloze Instagram sessies: #leipzig #foodie #yummy #oepsetenkoud.

 
Het historisch centrum van Leipzig is in de afgelopen decennia netjes gerestaureerd en schoongeveegd. De gaten die de Tweede Wereldoorlog, en het daarop volgende communistisch regime in het historisch hart sloegen, zijn nauwkeurig opgevuld met moderne bouwprojecten. Inmiddels zijn de winkelgalerijen zijn toonbeelden van ongebreideld kapitalisme. Op de plek waar de door het communistische stadsbestuur opgeblazen de Paulinerkirche stond, staat nu het Paulinum – het auditorium van de Universiteit van Leipzig. Maar ondanks dit fonkelnieuwe gebouw, dat met zijn enorme glazen façade het gezicht van het centrum domineert, zijn het toch juist de minder netjes aangeharkte, industriële wijken die Leipzig het modernste aanzicht geven. Uitgerekend de ontwikkelingen in voormalig morsige buurten als het zuidelijke Connewitz en het westelijke Plagwitz leverden Leipzig het in de afgelopen jaren steeds vaker het predicaat op van een ‘Nieuw Berlijn’. Niet dat men daar in Berlijn of Leipzig op zat te wachten. In Berlijn vindt men zichzelf voorlopig nog wel hip genoeg – na alle jubelverhalen over Leipzig noemt de stad een beetje schamperend ‘Hypezig’. In Leipzig zélf wil men juist vooral de eigen identiteit benadrukken. Toch is de associatie tussen de twee wel een beetje te begrijpen. Vooral Plagwitz heeft veel weg van de artistieke speeltuin die Berlijn snel na Wende werd, alleen zijn hier de prijzen nog niet uit de pan gerezen.

leipzig-plagwitz
De opgeknapte wijk Plagwitz, aan de rivier de Elster

 
Het begon allemaal rondom een leegstaande katoenfabriek, de Baumwollspinnerei. Onder aanvoering van Leipzig’s bekendste hedendaagse kunstenaar, Neo Rauch, werd het enorme terrein in Plagwitz stukje bij beetje overgenomen door creatief volk. Inmiddels is nergens anders in de stad de concentratie van ateliers en de bijbehorende galerieën zo groot. En het bleef niet bij galerieën: in de schaduw van een grote fabriekspijp verrees een arthouse bioscoop, terwijl in achter een knusse bar een grote Biergarten werd ingericht. Inmiddels is er zelfs een hotel: Meisterzimmer. Net als bij een speakeasy moet je maar nét weten dat het er is: de hipster-chique lofts zijn achter de deuren van een op het eerste oog vervallen fabrieksgebouw verscholen. Ook de fashionista’s zijn gearriveerd. Vlakbij Meisterzimmer richten de eigenaressen van modewinkel Saxony Ducks zich op de import van exclusieve internationale toplabels, en etaleren die naast hun eigen collectie van hoeden- en Harris-tweed.

 
Sommige tentoonstellingsruimtes bij de Baumwollspinnerei zijn niet groter dan een huiskamer. Anderen zijn ronduit museaal en nemen hele fabriekshallen in beslag. EIGEN+ART, de galerie van Neo Rauch, is een voorbeeld uit de laatste categorie. Rauch wordt niet alleen gezien als de stuwende kracht achter de Spinnerei, maar is ook dé centrale figuur in de zogenaamde ‘Neue Leipziger Schule’ van kunstenaars. Voor een goed overzicht van die school – die losjes kan worden omschreven als de generatie Leipziger kunstenaars van ná de Wende – blijken we sinds kort ook terecht kunnen in de G2 Artspace – die nou net weer niet in de Baumwollspinnerei bevindt, maar in een modern gebouw vlakbij het stadscentrum. Hier is de privécollectie van Steffen Hildebrand te bezichtigen, een Leipziger vastgoedmagnaat met een grote voorliefde voor voornoemde Schule. Tours worden alleen op afspraak gegeven (te boeken via de website), maar wie gewoon binnen wil lopen kan er ook elke woensdagmiddag en -avond tussen 3 en 8 terecht. Daarmee is de Sammlung Hildebrand de eerste privécollectie uit voormalig Oost-Duitsland die op dergelijke manier toegankelijk wordt gemaakt. “We staan nog aan het begin van onze nieuwe historie,” zegt Anka Ziefer, de jonge kunsthistorica die de galerie beheert en de kunstwerken desgewenst van commentaar voorziet. Het is ons geluk dat het woensdag is. Maar de kunstliefhebber die de Artspace niet open treft, kan een paar straten verderop ook prima terecht in de Galerie für Zeitgenössische Kunst. Het scala is wat er breder dan alleen Leipzig of Duitsland, en beslaat hedendaagse kunst vanaf 1945. En, ook niet onbelangrijk: het stijlvolle museumcafé Bau Bau biedt er welkome versnaperingen. Per slot van rekening kan kunst alléén niet alle honger stillen. Daar kan de Löffelfamilie over meepraten.

Gepost in Reportages | 874 keer gelezen

Tags: ,


Reacties

Geen reacties gevonden

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *