Travel Blog

okt 01

Gezellig struikelen door Seoul

Gepost in Inspiratie buiten Europa, Reportages | geplaatst door Jurriaan Teulings

De enorme, uitgestrekte hoofdstad van Zuid-Korea is licht bizar, maar supergezellig. Goed eten, lekker winkelen, en een heleboel fonkelende gekte: je struikelt er zonder moeite van de ene verrassing in de andere.

Als het op eigenaardige musea aankomt hebben we in Nederland best een naam hoog te houden: neem bijvoorbeeld het scheermuseum in Bakhuizen of het haardplatenmuseum in Klarenbeek. In Zuid-Korea kunnen ze er echter ook wat van. Daar staat, pal in het centrum van de miljoenenstad Seoel, het Uilenmuseum. Een traditioneel Koreaans theehuisje ernaast heeft zichzelf, vermoedelijk bewust van de nabijheid van zoveel grootsheid, ‘Second Best Place in Seoul’ genoemd.

Ik sta in de buurt Samcheongdong. Het is natuurlijk gemakkelijk om in het buitenland iets geks te vinden: Koreaanse toeristen lachen zich in Nederland waarschijnlijk rot in de Keukenhof, of in het Sex Museum in Amsterdam. Maar op het Uilenmuseum —en, een paar straten verderop, een rivaliserend Kippenmuseum— na, is Samcheongdong een normale buurt. Het staat nergens om bekend en een grote toeristentrekker is het ook al niet. Toch is het zeker de moeite waard. Het is een knus geheel van moderne galeries, trendy cafés en kleine in hanok (traditionele Koreaanse huizen) weg gepropte winkeltjes. Het volle spectrum van prullaria tot Hoge Kunst wordt er bestreken.

 
Seoel mag dan wel een uitgestrekte megastad zijn die je zelfs als je er een jaar zou rondlopen nog niet op je duimpje zou kennen, toch is het makkelijk om als nieuwe bezoeker juist hier te geraken. De buurt ligt namelijk nét ten noorden van Insadong, een van de belangrijkste toeristentrekkers van de stad. Daar zijn nóg meer galeries, theehuizen en restaurants, en het is bovendien een klein shoppingwalhalla dat een serieuze bedreiging vormt voor het maximumgewicht van je koffers. Maar daar kan het erg druk worden en er wordt net wat teveel toeristische rotzooi aan de man gebracht. Wie daar genoeg van heeft en een blokje omloopt om de drukte te vermijden, staat ineens in Samcheongdong. Oog in oog met uil of kip of theehuis.

Zo gaat dat in Seoel. Het is er gezellig struikelen van de ene buurt in de andere, en elke buurt heeft zo zijn eigen karakter. De grenzen zijn op het eerste gezicht niet duidelijk, totdat je opeens merkt dat iedereen aan de andere kant van een viaduct er net wat anders uit ziet, en zich net wat anders gedraagt. Vanuit Insadong struikel je net zo makkelijk Jongno in, een buurt met nét wat meer eetkraampjes op straat. Voor wie niet thuis is in de Koreaanse keuken een mooie gelegenheid om zijn grenzen te verleggen. “Het is een typische Koreaanse buurt,” werd me later verzekerd. “De meeste bars en restaurants zijn er piepklein, een soort huiskamers. Als het lekker weer is, zit iedereen buiten bij de kraampjes. Die zijn open tot laat. Je kunt er leuke foto’s maken.”

 
Koreanen zijn lang niet zo verlegen als hun Japanse buren. Een contact is snel gelegd, niet zelden door een hartelijke man of vrouw die zijn of haar abominabele Engels op je wil uitoefenen, en, als er eten in de buurt is, je iets wil laten proeven. Als je daaropin gaat —en dat kan gerust— dan gaat er een wereld voor je open. Ik ondervind het bij een van voornoemde kraampjes in Jongno: met een grote grijns wordt er een satéstokje aangereikt met iets erop dat lijkt op een gespietste lintworm. Even diep inhalen… tanden erin, en… het blijkt een verrukkelijk omelet. Dat is nog maar het begin van de vele verrassingen die de lokale cuisine voor me in petto heeft.

Als ik even later plaatsneem aan een pojangmacha -een restaurant op wielen— wordt er, nadat ik op goed geluk wat op het menu heb aangewezen, een grote schotel tteokbokki opgediend. Deze populaire straatsnack bestaat uit van rijstmeel gemaakte pasta (een soort penne, maar dan zonder gat) in een pittige saus, in dit geval gecombineerd met vis. Opnieuw onbegrijpelijk lekker. Het geheel wordt vergezeld door een fles soju, dé drank van Korea. Het is een wodka-achtig distillaat met een lichtzoete smaak, dat overal bij past. Het is ook verraderlijk: ondanks de zachte smaak kan het verrassend hard aankomen.

Dat komt best goed uit, want zonder alcohol wordt karaoke een stuk moeilijker, en in Seoel geldt: een weekend zonder karaoke is een weekend niet geleefd. Karaoke is de grote gemene deler van het Koreaanse uitgaansleven. Of het nu in het traditionele buurt als Jongno is, of in het internationaal georiënteerde Itaewon, een goede weekendavond begint in een kring rondom een flatscreen, waarbij er – bijna ceremonieel – een microfoon rondgaat met de akoestiek van een kathedraal. Het verschil zit ‘m in de playlist. Die is in Itaewon, het multiculturele hart van Seoel, iets minder K-pop (zoals men Koreaanse popmuziek aanduidt) en iets meer Beyoncé. Deze wijk, die van oudsher als de uitgaansbuurt voor de Amerikaanse militairen van het nabijgelegen Yongsan Garrison bekend staat, is inmiddels sterk in diversiteit toegenomen. De militairen delen hun stek met een vrolijk allegaartje. Twee heuvels met niet mis te verstane namen, ‘Homo Hill’ en ‘Hooker Hill’, zijn er precies wat je denkt. Ergens in het midden ligt een plaats van opperste verwarring voor mannen op jacht: niemand is helemaal zeker waar het territorium van de prostituees eindigt en dat van de ladyboys begint. En dan is het nota bene óók nog eens de locatie van de grootste moskee van de stad. Toch gaat het gaat allemaal verrassend goed samen. Ik breng er de avond door met Amerikaanse militairen, in een discotheek die met genoeg laserlichten is uitgerust om een intergalactische oorlog te starten.

 
Net als elders in deze hoek van de wereld—denk aan Tokio en Shanghai—brengen bedrijven en buurten in Seoel hun status tot uiting in de hoeveelheid en diversiteit van verlichting aan de gevel. Dat maakt een bezoek aan de modernste buurten als een psychedelische trip. Het toppunt daarvan is Gangnam, een van de rijkste buurten van de stad, aan de andere kant van de Han rivier. De weg erheen loopt al via een van de bontst opgetuigde bruggen van de stad – de Banpo brug—die dubbel dienstdoet als fontein. Een regenboog van tienduizend LED lichtjes verlicht ’s avonds de rij van horizontale waterstralen die aan weerszijden tot wel 43 meter reiken.

Gangnam is dé bestemming voor wie een smeulend traject van creditcardplastic langs luxe winkels wil trekken. In het zuiden grenst de buurt aan Samsung Town, een verzameling wolkenkrabbers die het hoofdkwartier vormt van elektronicagigant Samsung. Zoals te verwachten valt, spant deze ‘stad’, met een omzet waar het BNP van menig land karig bij afsteekt, de kroon. Ze hadden het zomaar ‘The First Best Place in Seoul’ kunnen noemen, ware het niet dat die eer eigenlijk al naar het Uilenmuseum is gegaan.

Gepost in Inspiratie buiten Europa, Reportages | 947 keer gelezen

Tags: , ,


Reacties

Geen reacties gevonden

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *