Travel Blog

jul 12

Marseille is al 26 eeuwen nieuw

Gepost in Reportages | geplaatst door Jurriaan Teulings

Marseille, de tweede én oudste stad van Frankrijk, heeft de afgelopen decennia een flinke facelift gekregen. Naast de eeuwenoude haven en de zonovergoten corniche gooien tegenwoordig ook industrieel-chique buurten, street art, en projecten van prominente architecten er hoge ogen.

 
Op het platform rondom de Notre-Dame de la Garde, de basiliek die vanaf een hoge heuvel over Marseille uit kijkt, waait de Mistral zo genadeloos dat we er tegenin kunnen leunen. Maar het uitzicht over het Mediterrane broertje van Parijs is het waard. Onder ons ligt de haven waar het 26 eeuwen geleden allemaal mee begon. Na alle updates door Grieken, Romeinen, Visigoten, Bourgondiërs en Franken door de eeuwen heen, werd die onlangs opnieuw aan een grote opknapbeurt onderworpen. Dit keer onder leiding van de Britse firma Foster + Partners. Het resultaat is zelfs vanaf deze hoogte te ontwaren. In de schaduw van een loom wentelend reuzenrad prijkt de Ombrière: een hypermodern paviljoen – vooral een dak eigenlijk – waarvan het gepolijste staal de omringende haven en zijn bezoekers reflecteert.

 
Eerder die middag waren we daar, ietsje voorbij het reuzenrad, neergestreken op het terras van restaurant Le Miramar. Behalve een verdienstelijk uitzicht op de jachthaven, werd hier nog wat belangrijkers aangeboden: bouillabaisse. Het recept van dit typisch Provençaalse visgerecht strekt tot diep in de oudheid. Hoewel er tegenwoordig overal in de stad moderne interpretaties (denk: bouillabaisse-burgers) op het menu staan, leek ons beter om niet al te veel te laten morren aan een gerecht dat reeds millennia lang is geperfectioneerd. De chef van het restaurant, Christian Buffa, staat erom bekend de bouillabaisse-traditie met de meeste toewijding hoog te hebben gehouden: elke derde donderdag van de maand organiseert hij speciale bouillabaisse-kookcursussen.

 
Ook zonder cursus wordt ons snel duidelijk dat wij als bouillabaisse-eters zelf ook geacht worden ons aan een minimum van protocol te houden. Zowel de bereidingswijze als de presentatie van bouillabaisse zijn in een heuse charter vastgelegd. De serveerster geeft ons stap voor stap instructies. “Eerst wrijft u wat knoflook in de croutons, daarna bedekt u deze met rouille, die u in de soep laat zakken totdat ze zich vol soep hebben gezogen. Daarna kom ik de vis laten zien.” Het ‘hoofdgerecht’ is een grote schaal gekookte vis waarbij de rascasse – een inmiddels zeldzame en peperdure roofvis – geheel volgens de regels bovenop ligt. Pas als we die met een bewonderend knikje hebben goedgekeurd kan die worden gefileerd en geserveerd worden in een tweede bord soep.

Als we zuidwaarts kijken, zien we de serie knusse vissersdorpjes die Marseille in zijn zuidwaartse expansie heeft opgeslokt. Hier liggen de ware ‘roots’ van de bouillabaisse, dat ooit begon bij eenvoudige vissers die thuis hun vangst van de dag in zeewater kookten. Van daaruit heeft het gerecht zich door de eeuwen heen omhoog geworsteld naar de keukens van deftige Michelin-keukens. Bouillabaisse is langs deze kust nog immer hét pronkstuk van menige kaart; van restaurants als Chez Fonfon aan het haventje van Vallon des Auffes, tot Grand Bar des Goudes, de laatste stop van Marseille voordat de stad zijn grens vindt in de krijtstenen kliffen van Nationaal Park Les Calanques.


De kronkelige Corniche van Marseille

 
De traditionele geneugten van Marseille’s corniche – de loom slingerende kustweg die langs grillige rotsen, stranden, monumenten, haventjes en zelfs een groot skatepark leidt -hebben in de afgelopen decennia ten noorden van de oude haven een hypermoderne tegenhanger gekregen. Als onderdeel van Euroméditerranée, het grootste stedelijk vernieuwingsproject dat Europa in de afgelopen decennia heeft gezien, verrees het op het terrein van verloederde dokken en loodsen het ene na het andere prestigieuze bouwwerk. Een kapitaalinjectie van 7 miljard euro in 480 hectaren grond hield in dat er geenszins werd beknibbeld op prestigieuze architecten. Zo werd de grootschalige facelift uitgevoerd door klinkende namen als die van voornoemde Britse Norman Foster (l’Ombrière); de Brits-Irakese Zaha Hadid (CMA CGM toren); de Japanse Kengo Kuma (FRAC – Centrum voor Moderne Kunst) en de Italiaanse Boeri (Villa Méditerranée). Oude loodsen werden omgebouwd tot hippe winkelcentra (Les Docks en Les Terrasses du Port) en een vergeten silo werd ‘Le Silo’ na te zijn omgetoverd tot concertzaal.


De CMA CGM toren van Zaha Hadid

 
Men stampte doodleuk een geheel nieuw, duurzaam en verantwoord zakendistrict uit de grond. Wat er van de oorspronkelijke gebouwen overeind bleef staan, werd net zo lang gezandstraald totdat het er nieuw uit zag. Tegen het avonduur genieten we van een drankje bij R2, een restaurant op het populaire dakterras van Les Terrasses du Port, dat uitkijkt op hagelwitte cruiseschepen, die inmiddels elk jaar gezamenlijk anderhalf miljoen toeristen naar de stad brengen.

Hoewel het startschot van Euroméditerranée reeds in 1995 klonk, is de aanwas van zowel imposante als idealistische moderne architectuur in feite al halverwege de vorige eeuw begonnen, toen er rond 1952 in het zuiden van Marseille de Cité Radieuse verrees. Deze flinke betonnen kolos uit de koker van Le Corbusier, de Frans-Zwitserse architect die als een van de grondleggers van de moderne architectuur wordt gezien, is vaak omschreven als een ‘verticaal dorp’. Het gebouw omvat 337 appartementen en is voorzien van een restaurant, hotel, boekwinkel en kinderdagverblijf. De gym en het solarium op het dak werden in 2010 aan de Franse topdesigner Ora-Ito verkocht, die het in 2013 heropende als MAMO, een expositieruimte voor moderne kunst.


Het solarium bovenop Cité Radieuse

 
Die timing was geen toeval. 2013 was het jaar dat werd Marseille werd uitgeroepen tot de Culturele Hoofdstad van Europa. De opening van het nog betrekkelijk bescheiden MAMO werd rijkelijk overschaduwd door het megalomane MuCEM. Dit museum, inhoudelijk gericht op culturen rondom het Middellandse Zeegebied, werd gehuisvest in een ontwerp van de Frans-Algerijnse architect Rudy Ricciotti, die het hele gebouw van een welhaast pikante façade van betonnen kantwerk voorzag. Met zijn positie aan de ingang van de haven is het hypermoderne museum vandaag de dag een van Marseille’s grootste blikvangers. Vanaf de bovenste verdieping strekt er slanke voetgangersbrug als een rechte potloodstreep, hoog boven het water, naar het historische Fort Saint-Jean.


Het restaurant van MuCEM, waar het betonnen kantwerk dienst doet als dak

 
Vooralsnog ontbeert het fonkelnieuwe district nog een beetje het patina der eeuwen dat de historische buurten van de stad juist zo sfeervol maakt. In Le Panier bijvoorbeeld, treffen in de steile straatjes de gezellige chaos waarin honderden generaties de identiteit van de stad hebben bepaald. Dit is de oudste buurt van Marseille – en daarmee ook de oudste van heel Frankrijk. In zijn huidige incarnatie is Le Panier een magneet voor creatievelingen die korte werkdagen doorbrengen in ambachtelijke workshops en ateliers, om elkaar daarna te treffen op kleine terrasjes en knusse pleintjes. Het is er heerlijk winkelen. Bij het brocante-winkeltje Ma Grand-mère avait Les Mêmes rommelen we tussen 45-toeren singles van Queen en The Village People, die de schappen delen met opgepoetste Ricard-waterkannen uit dezelfde tijd, naast ambachtelijke limoncello en sinaasappelwijn.

 
Meer brocante treffen we langs Rue d’Aubagne, een lange straat door een levendig Algerijns district tussen de haven en het Mama Shelter-hotel waar we logeren. Aan één kant loopt deze uit op de Rue des Récolettes, waar de imposante alleswinkel Maison Empereur een flink aantal panden inneemt. Het betreft een soort eindeloos diverse one-stop-shop voor souvenirjagers én klussers. Zonder een greintje hipster-ironie wordt er zowel kleding als kookgerei, zakmessen, vloertegels, Provençaalse zeep en secondelijm verkocht. Iets ten oosten ervan, voorbij de drukke Noailles-markt, bevindt zich het lommerrijke Cours Julien, een heerlijke straat vol restaurants, street art, en winkeltjes onder hoge platanen, die uitkomt op zonnig plein vol terrassen.


Wat er uiteraard niet mag ontbreken op een markt in een kustplaats: vis

 
In de zijstraatjes rondom het plein treffen we een imposante hoeveelheid street art die hele gevels in beslag neemt. Toch moeten we voor het échte ruige randje van cultureel Marseille iets noordelijker zijn. Daar vinden we midden in een van de armste wijken van de stad, de culturele broedplaats La Friche Belle de Mai. Dit is een bonte verzameling van ateliers, galerieën, een radiostation, een theaterschool, en industrieel-chique horeca gehuisvest in, rondom en bovenop de met stencils en graffiti overwoekerde tabaksfabriek.

 
Het doolhofachtige terrein van La Friche nodigt uit tot een ontdekkingstocht. Vanaf een welhaast psychedelisch kleurrijk skatepark naast een rangeerterrein voor TGV’s dwalen we door grote hallen, donkere gangen en provisorische trappen, om uiteindelijk geheel te worden verrast door Les Grandes Tables, een enorm modern restaurant dat alleen in een fabriek van deze omvang kon worden weggemoffeld. Op dezelfde verdieping vinden we, tegenover een met eierdozen en straatnaambordjes betimmerde caravan, een piepkleine galerie, Le Dernier Cri genaamd. Die blijkt geheel aan bizarre cartoons te zijn gewijd.

Het is duidelijk dat hier volle dagen zonder een moment verveling kunnen worden doorgebracht. Helaas valt ons bezoek net iets te vroeg in het jaar om een van de muziekfestivals in La Friche bij te wonen, of de feesten en openluchtbioscoopvoorstellingen op het dak. Daarvoor moeten we nog een keertje terug. Tijd zat: zelfs na 26 eeuwen kijkt Marseille nog altijd ver vooruit, met de rauwe, creatieve energie die een drukke havenstad eigen is.

Gepost in Reportages | 218 keer gelezen

Tags: ,


Reacties

Geen reacties gevonden

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *